Tekst en beeld: Sietske Arnoldus

 

Diabetes Challenge: zo gaan wandelaars de uitdaging aan

De zon staat hoog aan de hemel. Wie vandaag een vrije dag heeft, ligt waarschijnlijk in een luie tuinstoel of op het strand te bakken. Hitte of geen hitte, de wandelgroep in Leidsche Rijn gaat vol goede moed op weg. Pet en zonnebril op, waterflesjes gereed. Een groep met een missie!

Samen doen ze mee aan de Nationale Diabetes Challenge. Niet alle wandelaars hebben diabetes, overigens. Sommigen lopen mee vanwege de twee g’s: gezond en gezellig. Mohamad is zo iemand. Sinds vorige zomer woont de Syriër in Nederland, via VluchtelingenWerk Nederland en Harten voor Sport sloot hij zich aan bij de groep. Já, de wandelaars houden wel van praten. ‘Als een kip zonder kop, noem je dat toch?’, vraagt hij lachend aan Tine. Hardop zijn ze Nederlandse uitdrukkingen aan het oefenen.


1989, gokt Tine. Toen kreeg ze al te horen dat ze diabetes heeft. ‘Eens spuiten, altijd spuiten’, stelt de 75-jarige droogjes. Een oneliner die prima op een tegeltje zou passen. Vier of vijf keer per dag spuit Tine insuline. Op warme dagen moet ze opletten: haar waarden zijn dan snel te laag en voor ze het weet heeft ze een hypo. ‘Echt wennen doet diabetes nooit’, schudt ze haar hoofd. ‘Maar wandelen helpt wel om fitter te worden. Ik merk het verschil.’


Wandelen in het Máximapark is sowieso de moeite waard. In een oase van groen vind je brede wandelpaden, bloeiende tuinen en bankjes aan weerszijden. Precies vijf jaar is het park vandaag open, weet Ilan. Dat kan haast geen toeval zijn! De begeleider leidt zijn groep door de vlindertuin en de Japanse tuin. ‘Gaat het goed?’, vraagt hij om de zoveel tijd aan de wandelaars. Tevreden steekt hij zijn duim op. Behalve Ilan loopt er ook elke week een zorgverlener mee, vandaag is dat huisarts Brechje. ‘Een vraag stellen telt niet als consult hoor’, verzekert één van de wandelaars.

Twintig weken lang zal de groep elke donderdag wandelen. Albert: ‘De laatste week zelfs vier dagen in totaal. We eindigen de challenge in het Olympisch Stadion in Amsterdam, helemaal vol met wandelaars.’ Twee jaar geleden was hij er al bij. Om er glunderend aan toe te voegen: ‘Ik stond zelfs op de foto van de folder.’ De challenge heeft hem positieve energie gegeven om te blijven bewegen.

Albert hoeft geen insuline te spuiten, wel slikt hij tabletten. Moeiteloos kan de Utrechter opnoemen wat hij met sporten wil verbeteren: zijn conditie, gewicht en bloedsuiker. Maar alleen wandelen, ho maar. ‘De groep motiveert echt om te gaan. Iedereen is heel sociaal, dat vind ik fijn.’  

Op elkaar bouwen lijkt bij de wandelaars vanzelfsprekend. Voor Malika is het zelfs onmisbaar: zij kan bijna niks zien. ‘Ik kijk door een soort kokertje’, legt ze uit over haar oogziekte, retinitis pigmentosa. Zonder hulp komt ze niet ver meer buiten. Maar hand in hand met Tine en Mohamad wandelt Malika gewoon mee. Het drietal oogt als een geoliede trein. 

Een groep doorzetters, benadrukt begeleider Ilan. Regen of hagel, niemand wil eerder naar huis. Ook met de hitte van vandaag zit het tempo er stevig in. Terug in het buurthuis, kunnen de wandelaars even uitpuffen. De shirtjes plakken inmiddels aardig aan hun rug. Nu nog het antwoord op de grote vraag: Hoe ver is er gelopen? 7,4 kilometer. Vol ongeloof kijkt iedereen elkaar aan. ‘Een record!’, stelt Ruud.  

De wandeling door het park smaakt naar meer. Gelukkig maar, want Tine en Mohamad hebben nog heel wat uitdrukkingen te gaan. Samen buigen ze zich over het boekje dat hij van de bieb leende. Tine moedigt hem aan: ‘Hier kun je indruk mee maken op anderen.’ De spijker op zijn kop slaan, leest Mohamad hardop. Zeggen waar het op staat. Als hij met een denkbeeldige hamer slaat, schieten de wandelaars in de lach. Op naar de laatste twaalf weken! 

 

 

Jos haalde nog geen 200 meter, nu loopt hij 10 km 

Nieuwsgierige blik, altijd in voor een slechte grap. Wie Jos voor het eerst ontmoet, verwacht niet dat hij al 63 jaar op de teller heeft staan. In aanloop naar de Nationale Diabetes Challenge deelt hij zijn succes, maar ook wat hij moest overwinnen. ‘Pffoe. Een jaar geleden kon ik nog niet eens naar het winkelcentrum lopen.’ 

Etalagebenen, dacht Jos. Met pijn aan zijn benen gaat hij naar de huisarts in Overvecht. Na verschillende testjes stelt deze een andere diagnose: diabetes. Jos is verrast, niet verslagen. Diezelfde middag nog sluit hij aan bij de wandelgroep van diabetesverpleegkundige Hilda. Elke maandag lopen er verschillende wandelgroepen vanuit de praktijk. 

‘Hilda heeft me echt enthousiast gemaakt, zelf zou ik nooit gaan wandelen’, geeft Jos eerlijk toe. ‘Een beetje babbelen en brabbelen met iedereen. Ik vind het gezellig en het is goed voor me.’ Door de verschillende routes leert Jos de wijk steeds beter kennen. ‘Ik wist helemaal niet dat het park zo mooi was, joh.’ De Utrechter is ook een fanatiek fietser geworden. ‘Die auto moest al lang de deur uit. Ik had vaak wegzakkers.’ Hoofdschuddend: ‘Stel je voor dat ik iemand onderuit rijd!’

De ‘fysiomeiden’ van de huisartsenpost kregen Jos zo gek om voor het eerst in jaren weer te fietsen. Langs het park, nieuwe plekken ontdekken, even een reekalfje spotten onderweg. Ze pakken hem goed aan bij de fysiotherapie, glimlacht hij. Hometrainer, crosstrainer, noem het maar op. Maar als zijn bloedsuiker te hoog is, mag Jos niet meedoen. Een aantal dropjes meer of minder maakt al verschil. Stiekem is hij er gek op. 

      

Diabetes is niet de eerste uitdaging voor Jos. ‘Mijn vrouw stierf vrij jong. Ik kreeg ineens zoveel voor mijn kiezen. Zwaar werk in de bouw, het huishouden en de zorg voor mijn jongens.’ Tot vier keer toe werd Jos door een hartaanval getroffen. ‘Bij die laatste zweefde ik echt tussen hemel en aarde. Alsof mijn vrouw en stiefzus aan de bovenkant stonden te trekken en mijn jongens aan de onderkant. Traumatisch.’ 

 De liefde voor ‘zijn jongens’ komt in alles terug. Trots laat Jos hun getatoeëerde namen (met die van zijn vrouw) op zijn bovenarm zien. De laatste hartaanval opende zijn ogen. ‘Ik wil er nog zo lang mogelijk voor mijn jongens zijn. Dus ben ik gestopt met mijn shagjes roken en met drinken.’ Behalve diabetes heeft Jos ook COPD. Door gezonder te leven, probeert hij het ‘verval’ zo lang mogelijk uit te stellen. 

Met succes. In een jaar tijd verloor hij al heel wat kilo’s. Het winkelcentrum haalt Jos nu lachend en onlangs liep hij mee met de wandelgroep van 10 kilometer. ‘Ik zit ook lekkerder in mijn vel. Ze hebben me toch zover gekregen dat ik weer een dagje weg kan. Mijn wereld was eerst een stuk kleiner. Geloof me, de hele dag voor de tv hangen wil niemand!’ 

Vandaag voelt Jos zich wat minder fit en gaat hij niet mee met de groep. Zijn humeur is er niet bepaald minder op. ‘Nee joh, ik heb genoeg meegemaakt in mijn leven. Volgende week loop ik weer mee!’ Als de wandelgroep na een uurtje terugkomt, sluit hij nog even aan bij de koffie. De groep is langs de schapen gelopen, vertelt iemand. Jos grijnst. ‘Heb je ze ook geteld? Dan slaap je lekker vannacht.’  

De Nationale Diabetes Challenge komt eraan en Jos is er klaar voor. ‘Wie weet kom ik nog wel bekenden tegen in Amsterdam. Ja, ik heb flink gefeest vroeger’, knipoogt hij. Nu wil hij steeds meer kilometers afleggen met het wandelen. Grenzen verleggen. ‘Daar krijg je ook een kick van!’ 

 

Over de finish: een Olympisch onthaal! 

Elke donderdag wandelen. Voor de groep uit Leidsche Rijn is het net zo vanzelfsprekend als het bakkie pleur waar veel mensen de dag mee beginnen. Twintig weken lang liep de groep verschillende routes. Soms met slecht weer, altijd met goede zin. Vanuit het Olympisch stadion beginnen de wandelaars aan de laatste kilometers van de Nationale Diabetes Challenge. 

In het stadion krioelt het van de mensen: maar liefst 3500 wandelaars uit het hele land doen mee.Daar komt de fakkel, wijst Bas van de Goor. Ooit was Bas succesvol volleyballer, nu is hij het brein achter de Diabetes Challenge. ‘Vandaag lijkt het eindpunt, maar eigenlijk is dit pas het begin!’, juicht hij de wandelaars vanaf het podium toe. Bas heeft zelf diabetes en weet waar hij over praat. Sport en bewegen helpt onder andere om de bloedsuikerwaarden laag te houden.  

Klaar voor de startNa een muzikale opwarming vertrekken de eerste wandelaars. De groep uit Leidsche Rijn loopt vandaag 5 kilometer, een enkeling van hen gaat voor de 10 kilometer. De lucht is strakblauw en het Amsterdamse bos ligt er mooi bij. Beter wandelweer kun je niet hebben, merkt Tine op. Veel wandelaars hebben deze week al drie routes gelopen, als onderdeel van de challenge. De stralende zon bij deze grande finale voelt dan ook als een cadeautje.  

Chitra doet voor de eerste keer mee aan de Diabetes Challenge. ‘Ik heb het wandelen echt nodig. Het is fijn om er even uit te zijn.’ De 72-jarige heeft ‘van alles’. Reuma, last van haar longen en diabetes. Door te wandelen en te sporten gaat het steeds beter. ‘Eerst slikte ik vier tabletten voor mijn suikerziekte, nu zijn dat er twee. Misschien kan ik zelfs naar één tablet toe!’ 

Ook Willemijn, de diabetesverpleegkundige van Chitra, loopt mee. Vanaf het begin heeft Willemijn samen met groepsleider Ilan van alles geregeld. De sociale kracht van de groep ervaart ze als heel positief: ‘Eigenlijk is het een nogal gemêleerd gezelschap, niet iedereen heeft diabetes en de leeftijden wisselen. Met elkaar willen bewegen zorgt dan voor de verbinding. Bijna elke week waren we compleet.’ 

Vanuit Gezondheidscentrum het Zand is ook huisarts Brechje betrokken. ‘Iemand een koek?’ Halverwege de tocht tovert Brechje een pak Liga EverGreen tevoorschijn. Dankbaar maken de wandelaars er gebruik van. Brechje en Tine kletsen wat af vandaag. Verschil tussen ‘de’ diabeet en ‘de’ zorgverlener is er op zulke momenten niet. 

Het wandeltempo ligt door de drukte wat lager dan normaal. Soms klinkt de bel van een geïrriteerde Amsterdamse fietser. Na ruim een uur komt het stadion in zicht. ‘Kom, we verspreiden ons over de atletiekbanen’, stoten de wandelaars elkaar aan. Met flinke passen gaan ze richting de finish. Daar staat een breedlachende Bas van de Goor te wachten. Tijdens de Olympische Spelen van 1996 kreeg hij zelf een gouden medaille omgehangen. Nu is die eer aan de wandelaars.  

‘Mijn medaille krijgt een plek in de woonkamer, belooft Chitra. De blije gezichten zeggen genoeg: missie volbracht! In de bus terug naar Utrecht neemt de groep afscheid van Ilan, die hen ‘naar een hoger niveau tilde’. Hij is trots op de wandelaars, net als Willemijn en Brechje. De challenge laat zien dat je je gezondheid voor een groot deel zelf in de hand hebt, vindt Willemijn. Voor de groep zal het even wennen zijn om door te gaan zonder hun huidige begeleidingBlijven wandelen willen ze allemaal. En dus is het eind van deze challenge inderdaad nog maar het begin!